Foto:

Dorp in verzet

Hij was dapper, consciëntieus en gebruikte het liefst geen geweld. En: hij zag het belang in van een goed plan. Wijlen Jan Litjens was ten tijde van de Tweede Wereldoorlog regionaal verzetsleider. Toneelvereniging Plankenkoorts uit Winssen verwerkte Jans levensverhaal ter ere van haar 35-jarig jubileum tot de voorstelling Dorp in Verzet.

Door: Marlies van der Burgh

WINSSEN – Het dorpse verzet in Maas en Waal, hoe verliep dat? Wat was de rol van Jan als coördinator van de verzetsgroepen? Welke problemen kwam hij tegen en hoe ging hij daarmee om? Het boek met levensherinneringen dat Jan voor zijn (klein)kinderen schreef, was een dankbare bron voor het uitwerken van die vragen in 'Dorp in verzet'. Maar ook een erg uitgebreide bron. "Er staat zóveel informatie in - wat kies je er dan uit?", vroeg regisseuse en scriptschrijfster Boukje Toutenhoofd zich af. Uiteindelijk werd het de tijd tussen 1943 en de bevrijding van het zuiden: Jans tijd in het verzet. "En dan met name zijn grootste successen en zijn ergste wroeging. Dat is dramatisch het meest interessant."

Eigen interpretatie

Het dagboek is geschreven door een man van weinig details, vertelt Boukje. "De tekst is heel feitelijk en sober. Dan staat er: 'Iedereen die aanklopte, hebben we ondergebracht'. Maar hóe dat dan precies ging? Ook schrijft hij: 'Onderschat de rol van de vrouwen niet!' Dat hebben we op het toneel allemaal zelf ingevuld. Er is ook vrij weinig bekend over de aanwezigheid van Joden in Maas en Waal. Ik zag in het historische streekboek De Nije Weg een foto van een Joods meisje dat hier ondergedoken had gezeten. Daar heb ik inspiratie uit geput voor een extra verhaallijn, waarin Jan haar helpt met onderduiken en haar eten geeft. Vervolgens komt de vraag op hoe het verloopt als je met meerdere mensen op één plek ondergedoken zit, dag en nacht. Wat zijn (of worden) de onderlinge relaties?"

Winssen in oorlogstijd

Voor onderzoek naar het algemene tijdsbeeld van de oorlogsperiode heeft Plankenkoorts onderzoek gedaan in eigen omgeving, onder andere via oproepjes in het parochieblad. Mede door die informatie werd er meer bekend over het leven in de jaren veertig. "Maas en Waal was niet van strategisch belang – het was zelfs moeilijk toegankelijk", weet Hans Litjens, de neef van Jan (en bewoner van het familiehuis in Winssen). "In de winter stonden vaak hele delen onder water! Het was er dus relatief rustig. Maar óók arm, waardoor dorpelingen dagelijks bezig waren met simpelweg overleven: hoe moesten ze aan eten en drinken komen?" Het werd er niet makkelijker op wanneer er controleurs aan de deur kwamen. De Duitsers vorderden varkens, koeien en paarden bij Nederlandse boeren. Tot september 1944 zijn er in Nederland wel 38.000 paarden ingenomen. En het Duitse leger was kieskeurig: men wilde alleen de béste paarden. Hans: "Dat deden ze dus óók bij de arme mensen. Het waren de paarden waarmee je de kost verdiende, die de ploeg moesten trekken. Mijn opa, de vader van Jan, heeft daar nog flink stennis om gemaakt. Dat paard had hij nodig op het land en de dieren waren bovendien zijn hobby. Hij had wel een duidelijke mening, ja. Dat is wel een familietrekje! Maar in die tijd was dat echt niet gebruikelijk. Mensen waren veel volgzamer, formeler, klassebewust." Nog een voorbeeld van dat eigenwijze: bijna alle boeren bezaten een geweer, de vader van Jan had er zelfs meerdere. Maar liever dan dat er problemen van kwamen heeft hij ze in de oorlogstijd stuk voor stuk in de gierput gegooid. "Het pistool van opa hebben we in 1971 opgegraven", vertelt Hans. "Het ding was aangetast door de mest - alleen het hout is goed gebleven."

Oorlog op het toneel

Een oorlogstijd vol angst – hoe laat je dat precies zien op het toneel? "We kunnen niet de hele tijd 'bang' spelen", zegt Brigit Megens, speler en jubileumcoördinator. "Het is meer: laten zien dat je op je hoede bent. Dat je niet kunt zeggen wat je denkt. Dat ze je zomaar dingen kunnen afpakken. Het inleven in die situatie is best een groot punt. We hebben dan ook allerlei oefeningen gedaan om dat gevoel op te roepen."

In het verzet

Binnen dat tijdsbeeld werd Jan actief in het verzet. Het begon ermee toen de burgemeester en secretaris van Bergharen werden opgepakt wegens hulp aan onderduikers. Toen leefde Jans wens op om ook iets te gaan doen. Waarom? "Dat beschrijft hij eigenlijk niet", zegt Hans. "Ik denk dat hij het juiste wilde doen. Daarnaast had hij sowieso een hekel aan Duitsers. Iemand in de familie was met een Duitser getrouwd en Jan gruwde van diens opvattingen. 'Dat lijkt toch nergens op?!', had hij daarover uitgeroepen. Maar", vervolgt hij, "een andere reden kan ook zijn dat Jan er simpelweg de tijd voor had." Jongeren die de loyaliteitsverklaring aan de Duitsers weigerden te tekenen, mochten niet meer studeren. Velen moesten deelnemen aan de Arbeitseinsatz. Wie dat niet wilde, moest onderduiken. Jan was echter afgekeurd wegens een kapotte pols, die hij had opgelopen bij het paardrijden. Boukje: "Typisch dat in films verzetshelden altijd in de dertig zijn, he? Die waren in werkelijkheid juist veel jonger, want dat waren al die studenten die niet meer mochten studeren. Eigenlijk was het niet slim van de Duitsers om dat te verbieden."

Geen geweld

Jan had sterke ideeën over hoe het verzet wel en vooral hoe dat níet aangepakt moest worden. "Er moesten in de eerste plaats zo min mogelijk slachtoffers vallen. Je leest aan alles terug dat hij het liefst geen geweld gebruikt", zegt Boukje. "Alle actie geeft reactie, schrijft hij - daar is hij zich goed van bewust. Dat dat hij dat zo jong al zo goed begreep… hij was pas zeventien toen de oorlog begon. Zeker voor die leeftijd is hij heel bewust van de gevolgen van zijn handelen." Hans: "Het zat in zijn aard om weloverwogen te werk te gaan."

De man met het plan

Jan zorgde er dan ook voor dat zijn acties goed gepland waren. Hans: "Jan was heel trots op het zakhorloge dat hij van opa Van den Donk uit Deest had gekregen, die postkantoorhouder was geweest. Dat was zijn houvast – hij wilde alles precies op tijd doen. Alles was tot in de details uitgedacht om zijn plan te laten slagen." Boukje: "Dat is denk ik ook nodig: je kunt pas improviseren wanneer je een plan hebt." Het kwam in die tijd regelmatig aan op improvisatievermogen. Een voorbeeld (dat niet in het stuk is terechtgekomen): Jan fietste op een dag met een professor van de Nijmeegse universiteit over de Van Heemstraweg. Jan mocht niet studeren, maar wilde wel graag en onderhield zijn contacten. Opeens stortte er een vliegtuig neer. Jan zag waar de parachutist landde: vlakbij een jagershutje waar een bevriende onderduiker zich verstopte. Hans: "Die zat daar de hele dag appelmoes te eten, haha." Jan besefte zich dat die twee al snel bij hem op de stoep zouden staan. Toen heeft hij de professor terstond met een kluitje het riet ingestuurd om de mannen op te vangen."

Het dilemma van Jan

Hans: "De doelen waar Jan zich mee bezig hield waren: hoe kan ik zonder dat het opvalt de koers wijzigen? Hoe kan ik de situatie gunstiger maken voor het dorp? Hoe houd ik voedsel uit handen van de Duitsers? Hoe krijg ik dat eten in handen van de bevolking? En hoe doe ik dat alles zonder bloedvergieten?" 'Dorp in verzet' richt zich op het grote plan dat Jan had bedacht om veel onderduikers ineens van voedsel te voorzien. Om dat plan succesvol uit te voeren, had hij hulp nodig uit heel Maas en Waal. Hij nam deel aan een regionaal overleg met lokale verzetsleiders en onderhield contact met de Maas en Waalse knokploeg. Boukje: "In het stuk moet Jan op een gegeven moment een belangrijke keuze maken. Gaat hij vele mensen van voedsel voorzien, of redt hij één persoon die hem aan het hart gaat? "Een heel moeilijke keuze", aldus Boukje. "Tijdens de voorstelling helpt de muziek van Ulto enorm bij het overbrengen van die emotie. Ulto is er elke voorstelling bij en speelt live muziek. Dat maakt het echt af."

Na de oorlog

In het toneelstuk zien we hoe Jans dilemma zich ontvouwt en hoe Maas en Waal uiteindelijk bevrijd wordt. Maar hoe is het de inwoners daarna eigenlijk vergaan? Hoe ging men met elkaar om toen de bezetters weg waren? Hans: "Vlak na de bevrijding werd er niet meer over de oorlog gesproken. Iedereen wist echter héél goed wie er goed was geweest en wie fout. In mijn jeugd kreeg ik wel eens te horen wie er NSB'er was geweest. Maar nooit op een beschuldigende manier overigens! Mijn ouders hadden wel met ze te doen, want ze waren vaak een beetje vereenzaamd. Ook Jan maakte geen probleem van het verleden van de desbetreffende dorpsgenoten. Je kunt best met ze praten, vond hij. In zijn boek vind je ook helemaal geen persoonlijke zaken terug, geen wijzende vingers, het gaat hem meer om het totaalbeeld. De enige namen die genoemd worden zijn die van de mensen met wie Jan samenwerkte." In het toneelstuk zijn overigens alle namen, op die van Jan na, veranderd.

Naar het buitenland

Jan bleef niet in Nederland na de oorlog. Deels omdat het hem ergerde dat er mensen rondliepen die onterecht claimden dat ze actief waren geweest in het verzet. Hij ging in militaire training en is tot 1958 in Indonesië geweest. Tot 1950 werkte hij als reserve luitenant artillerie, daarna werd hij administrateur, toezichthouder en handelaar in thee, koffie en dergelijke, bij de zogenaamde 'NV Cultuurmaatschappij tot exploitatie der verenigde Majanglanden'. Hans: "Een echte koloniale handelsonderneming dus." In 1958 werd Jan samen met de andere Nederlanders uit het land gezet door de toenmalige president. "Dat vond hij jammer – hij had er wat graag willen blijven! Volgens mij heeft Jan daar goed geleefd en ook geld verdiend. Hij heeft er zijn aanstaande vrouw ontmoet en is daarmee later in Nederland getrouwd. De bruiloft werd gehouden op onze boerderij!" Jan kwam terecht in de textielwereld (bij Hatema in Helmond) en streek neer in Milheze. Later vertrok hij als handelsagent voor de firma naar Engeland. Daarna is hij daar een eigen bedrijf in wandbekleding, gordijnen, vloerbedekking en dergelijke begonnen. "Als hij wel eens terug was in Nederland zocht hij oude vrienden op en vertelde ons verhalen over de oorlog", zegt Hans. "Jan is heel oud geworden. Hij is pas recent overleden - ongeveer een maand voordat ik in contact kwam met Plankenkoorts."

Het belang van de geschiedenis

"Toen we zijn gaan rondvragen of er bijzondere (verzets)verhalen in ons dorp bestonden, kwam ik via een tip bij de familie Litjens uit", vertelt Brigit. "Ik heb er eerst vier gebeld, voordat ik bij Hans uitkwam, haha." "Die zijn ook allemaal familie", lacht Hans. "Ik heb aan Jans zoons gevraagd of zijn levensverhaal gebruikt mocht worden voor een voorstelling. Dat mocht! "Ik vind het zelf ook leuk dat dit verhaal op deze manier verteld kan worden. Sowieso als neef – het is mooi als een stukje familiegeschiedenis op de planken wordt gebracht. Maar ook omdat ik in me in het algemeen interesseer voor geschiedenis. Je moet de geschiedenis kennen, anders worden fouten opnieuw gemaakt." Baukje: "Dat is ook een reden waarom Plankenkoorts een speciale jeugdvoorstelling heeft gepland, zodat kinderen meer te weten komen over de historie van hun eigen leefgebied." Ook heeft de toneelvereniging voor de basisschool een lespakket van vier delen samengesteld, als voorbereiding op de voorstelling.

Een positief verhaal

Hans: "Hoewel 'Dorp in verzet' zich in de oorlog afspeelt, is het uiteindelijk een positief verhaal. Het is goed afgelopen met Jan, die uiteindelijk zijn draai heeft gevonden in Indonesië, waar hij lang tevreden is geweest. Hij heeft zaken gedaan, heeft een vrouw gevonden en kinderen gekregen: hij heeft een goed leven gehad. Ik besef wel dat hij daar geluk mee heeft gehad, want met anderen is het veel minder goed gelopen." Brigit: "Het is een bijzonder verhaal, dat verteld moet worden." Boukje: "De spelers willen het allemaal ook graag goed doen en het verhaal eer aan doen." Brigit: "Kortom: het is zonde als mensen niet komen kijken!"

Dorp in verzet

De voorstellingen vinden plaats op:

Zaterdagavond 6 april 20.00 uur

Zondag 7 april 14.00 uur en 20.00 uur

Donderdagavond 11 april 20.00 uur

Vrijdagavond 12 april 20.00 uur

Zaterdag 13 april 14.00 uur en 20.00 uur

Locatie: Ontmoetingscentrum De Paulus in Winssen

Kaarten à € 12,50 zijn te bestellen via toneelverenigingplankenkoorts.nl of 0487-525204.

Meer berichten